4.1. Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door
deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze
onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.
4.2. Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht
onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en
het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de
uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het
onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.
4.3. Verplichte onderzoeken: op basis van onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras
vastgesteld en moeten de ouderdieren worden onderzocht:
Heupdysplasie. De ouderdieren dienen voor de dekking op heupdysplasie (HD) geröntgend te zijn met
een officiële uitslag van de afdeling GGW van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (voor
een buitenlandse hond geldt de uitslag van de officiële instantie van het desbetreffende land, mits erkend door
de kennelclub en/of rasvereniging van het desbetreffende land.). De uitslag dient HD A, HD B of in een
bijzonder geval HD C te zijn mits erkend door de kennelclub en/of rasvereniging van het desbetreffende land.
Reuen die de uitslag HD C hebben gekregen mogen alleen teven dekken met een HD A dan wel HD B uitslag.
Teven die de uitslag HD C hebben gekregen mogen alleen gedekt worden door reuen met een HD A dan wel
een HD B uitslag.
Cochleaire doofheid. De ouderdieren dienen voor de dekking op het gehoor getest te zijn met een
officiële uitslag van de afdeling GGW van de Raad van Beheer. De uitslag van beide dieren dient beiderzijds
horend te zijn. Voor fokdieren die geboren zijn buiten Nederland geldt de uitslag van de in het desbetreffende
land gehouden gehoortest, mits erkend door de kennelclub en/of rasvereniging van het desbetreffende land.
Binnen 3 weken na de dekking meldt de fokker de dekking bij de nestinventarisatie van de NCDH
Binnen 10 dagen na de geboorte meldt de fokker het nest bij de nestinventarisatie van de NCDH
In verband met genetisch onderzoek op basis van uiterlijke kenmerken wordt elk nest bezocht door
een door het bestuur aangewezen nestbezoeker en vervolgens geïnventariseerd conform de regelgeving
vastgelegd in het nestinventarisatie reglement. De fokker draagt een door het bestuur te bepalen en door de
ALV vastgesteld bedrag per pup bij aan de kosten voor deze inventarisatie.
4.4. Epilepsie: ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.
5. GEDRAGSREGELS