Rasstandaard 1999

Rasstandaard Dalmatische Hond

FCI-Standaard Nr. 153/14.04.1999

Als datum van publicatie van de geldige originele standaard geldt 14-04-1999.

Oorsprong:
Aangenomen wordt dat de oorsprong van het ras ligt in Dalmatia in de Kroatische Republiek.

Gebruik:
De Dalmatische hond is een gezelschapshond, een gezinshond en geschikt om voor diverse doeleinden te worden opgeleid.

Klassificatie F.C.I:
De Dalmatische hond behoort tot rasgroep 6, Lopende honden, zweethonden en verwante rassen, sectie 3 verwante rassen zonder werkproef.

Kort geschiedkundig overzicht:
De oorsprong van de Dalmatische hond is tot op heden onduidelijk en slechts op vermoedens gebaseerd. Afbeeldingen uit de oudheid op faraograven en soortgelijke schilderingen die teruggaan naar de periode tussen de 16e en 18e eeuw, doen vermoeden dat de Dalmatische hond enkele duizenden jaren bestaat. Kerkkronieken uit de 14e eeuw en uit het jaar 1719 bevestigen dat het ras zijn oorsprong vindt in het Middellandse Zeegebied en met name in de omgeving van de Dalmatische kust.
De vroegste afbeeldingen van het ras vindt men op werken van Italiaanse schilders uit de 16e eeuw en op een fresco in Zaostrog (Dalmatië) dat ongeveer dateert uit het jaar 1710. Een in 1792 verschenen werk van Thomas Bewick bevat een beschrijving en tekening van een Dalmatische hond, die Bewick aanduidt als 'the Dalmatian or coach Dog'. De eerste standaard voor de Dalmatische hond werd in 1882 opgesteld door een Engelsman, Vero Shaw genaamd. In 1890 werd deze standaard als de officiële rasstandaard aangemerkt.

Algemeen voorkomen:
De Dalmatische hond is een sterke, gespierde en levendige hond met evenwichtige verhoudingen en een in het oog springende bevlekking. Hij heeft een symmetrische belijning, is niet grof of plomp en beschikt als voormalige 'koetshond' over een groot uithoudingsvermogen gepaard gaande aan een behoorlijke snelheid.

Belangrijke verhoudingen:
De lichaamslengte verhoudt zich tot de schofthoogte als ongeveer 10 : 9
De lengte van de schedel verhoudt zich tot de lengte van de voorsnuit als 1 : 1

Gedrag en karakter:
De Dalmatische hond is vrij en vriendelijk, niet schuw of terughoudend en vrij van nervösiteit en agressie.

Hoofd:
De schedel is vlak en tamelijk breed tussen de oren met goed aangeduide slapen, heeft een lichte voorhoofdsgroeve en is geheel vrij van rimpels. De stop is matig diep.

Aangezichtsschedel:
De neusspiegel dient bij de zwartbevlekte altijd zwart te zijn, bij de bruinbevlekte altijd bruin.
De voorsnuit is lang en krachtig maar nooit spits toelopend, de neusrug is recht en verloopt parallel aan de bovenbelijning van de schedel.
De lippen zijn droog, omsluiten de kaak tamelijk nauw en mogen niet afhangen. Een complete pigmentatie is wenselijk. De kaken zijn krachtig met een perfekt en regelmatig schaargebit, d.w.z. de boventanden dienen net over de ondertanden te vallen en dienen recht in de kaken te staan. Gewenst is een complete set van 42 tanden en kiezen (overeenkomstig de tandformule). De tanden en kiezen dienen gelijkmatig van afmeting en wit van kleur te zijn.
De ogen dienen enigszins uit elkaar te staan en van middelmatige grootte te zijn, rond, helder en sprankelend met een intelligente en alerte uitdrukking. De kleur is donkerbruin bij de zwartgevlekte en lichtbruin tot amberkleurig bij de bruinbevlekte. De oogomranding is bij de zwartge- vlekte volledig zwart en bij de bruinbevlekte volledig bruin. Het ooglid ligt dicht tegen de oogbol.
De oren zijn tamelijk hoog aangezet, van middelmatige grootte, tamelijk breed aan de basis, worden dicht tegen het hoofd gedragen, versmallen geleidelijk en eindigen in een afgeronde punt. Zij zijn fijn van textuur met een gemarmerde aftekening en bij voorkeur bevlekt.

Hals:
De hals is vrij lang, mooi gewelfd, wordt naar het hoofd toe smaller en is vrij van keelhuid.

Lichaam:
De schoft is goed afgetekend. De rug is krachtig en recht. De lendenen zijn droog, gespierd en licht gewelfd. De kroep is zeer licht aflopend. De borst is niet te breed maar diep en ruim. De borstkas dient tot de ellebogen te reiken. De voorborst is in profiel duidelijk zichtbaar. De ribben zijn goed gevormd, lang en mooi gewelfd en nooit vlak, tonvormig of misvormd. De flanken zijn smal. De onderbelijning wordt gevormd door de buik die geleidelijk oploopt richting lendenen.

Staart:
De staart reikt ongeveer tot aan de hak, is sterk bij de aanzet en wordt geleidelijk smaller richting de punt; is vrij van grofheid; is noch te laag noch te hoog ingeplant; wordt in rust hangend gedragen met een lichte opwaartse buiging in het laagste derde deel van de staart; wordt tijdens het gaan hoger gedragen, net iets boven de toplijn maar nooit omhoog (vrolijk) of gekruld en is bij voorkeur bevlekt.

Ledematen, de voorhand, achterhand en voeten:
De voorbenen zijn zuiver recht met krachtige, ronde botten tot aan de voeten. De schouders liggen tamelijk schuin, zijn droog en gespierd. De ellebogen sluiten nauw aan tegen het lichaam en draaien noch in of uit. Het polsgewricht is sterk en veerkrachtig.
De achterhand is gewelfd, gespierd en droog. Van achteren gezien staan de achterbenen verticaal en parallel. De knie is goed gehoekt, de tweede dij is sterk en het hakgewricht is sterk en goed gehoekt.
De voeten zijn rond en gesloten met goed gebogen tenen (kattevoeten). De voetzolen zijn rond, stevig en veerkrachtig. De nagels zijn zwart of wit bij de zwartgevlekte, bij de bruinbevlekte bruin of wit.

Gangwerk of beweging:
De Dalmatische hond heeft een uitermate vrij en ruim gangwerk. Hij heeft een vloeiende, krachtige, ritmische gang met een lange pas en een goede stuwing vanuit de achterhand. Van achteren gezien bewegen de benen parallel met de achterbenen in het spoor van de voorbenen. Een korte pas en peddelende beweging zijn fout.

Vacht en kleur:
Het haar is kort, hard, dicht, glad en glanzend. De grondkleur is zuiver wit. De zwartbevlekte heeft zwarte vlekken, de bruinbevlekte heeft bruine vlekken, niet in elkaar overlopend maar rond, scherp afgetekend en zo goed mogelijk verdeeld. De maat bedraagt 2 tot 3 cm in doorsnee. De vlekken op het hoofd, de staart en ledematen zijn kleiner dan die op het lichaam.

Maat en gewicht:
Een algehele evenredigheid is van het grootste belang.
De schofthoogte bedraagt voor reuen van 56 tot 61 cm, voor teven van 54 tot 59 cm.
Het gewicht voor reuen is ongeveer 27 tot 32 kg, voor teven ongeveer 24-29 kg.

Fouten:
Elke afwijking van de eerder genoemde punten dient als fout te worden beschouwd, waarvan de beoordeling in juiste verhouding tot de mate van de afwijking dient te staan.

Uitsluitende fouten:
•Een uitgesproken ondervoorbeet of bovenoverbeet
•Ectropion, entropion, glasoog, ogen van verschillende kleur (heterochromia)
•Blauwe ogen
•Doofheid
•Het beperkt voorkomen van platen rond ogen (monocle) of elders, (wel acceptabel voor de fokkerij)
•Tricolour (zwarte en bruine vlekken op dezelfde hond)
•Lemon (citroenkleurige of oranjekleurige vlekken)
•Bronzing (een tijdelijke bronsachtige verkleuring van de zwarte vlekken)
•Zeer angstig of agressief gedrag

Reuen dienen twee duidelijk normaal ontwikkelde teelballen te hebben, die zich geheel in de balzak bevinden

Login Form
займкредиты онлайн